Belastingvrije voet: Wat je moet weten in 2018

In 2018 zijn de bedragen voor de belastingvrije voet aangepast. Dat heeft gevolgen voor de mensen die binnen deze regeling vallen. Dit omdat er per 2018 gebruik wordt gemaakt van een nieuwe rekenmethode. Het was eigenlijk de bedoeling om dit per 2017 al te doen, maar de invoeringsdatum is uiteindelijk doorgeschoven. Inmiddels is het al een tijdje zover. Maar wat houdt die belastingvrije voet precies in? En wat moet je weten over de aanpassing? Je leest het hieronder.

Wat is de belastingvrije voet? 

De belastingvrije voet wordt ook wel de beslagvrije voet genoemd. Je hebt recht op een zogeheten beslagvrije voet wanneer er beslag wordt gelegd op je inkomen. De beslagvrije voet is een deel van jouw inkomen waarop in feite geen beslag gelegd kan worden. De naam zegt het dus eigenlijk al. De Nederlandse overheid heeft dit ingevoerd omdat zij vindt dat iedereen recht heeft op een minimaal inkomen, ook wanneer je nog schulden moet afbetalen. Als de belastingvrije voet er niet was geweest zou het betekenen dat iemand zijn volledige inkomen kwijtraakt, met alle gevolgen van dien.

Over het algemeen is het zo dat de beslagvrije voet een vast percentage is. Namelijk 90% van de voor jou geldende bijstandsnorm. Toch is het ook vaak zo dat het hoger op lager uitvalt. Dit kan gebeuren bij bepaalde omstandigheden. Het is dus echt afhankelijk van de situatie. Een voorbeeld dat van invloed is, is de hoogte van je huur. Een deurwaarder heeft bepaalde gegevens van jou en zal de hoogte van de beslagvrije voet op basis van deze gegevens vaststellen.

De gezinssituatie

Een van de belangrijkste pijlers voor de hoogte van je beslagvrije voet, is de gezinssituatie waarin jij je bevindt. De wet hanteert deze categorieën:

  • alleenstaande
  • alleenstaande met kinderen jonger dan 18 jaar
  • gehuwden, samenwonenden, delers van een huishouden

Wanneer maak je aanspraak op de belastingvrije voet?

In principe maak je aanspraak op de belastingvrije voet wanneer er sprake is van periodieke betalingen. Bijvoorbeeld een uitkering, loon of alimentatie. Een rechter kan echter aangeven dat je alsnog recht hebt op de belastingvrije voet bij een andere vorm van betalingen. Het gaat er om dat de schuldenaar voor zijn levensonderhoud afhankelijk is van de betalingen. Dit kan best ingewikkeld zijn in de praktijk. Een voorbeeld is een freelancer die zijn facturen niet krijgt uitbetaald van zijn opdrachtgever, die wordt gezien als een derde. Een deurwaarder zal in zo’n geval een derdenbeslag opleggen bij de derde partij, maar er geldt geen belastingvrije voet voor de freelancer

Makkelijker voor de werknemer in 2018

Het nieuwe rekenmodel dat sinds dit jaar geldt moet het makkelijker maken voor de werknemer. Dankzij de nieuwe rekenmethode hoeft de werknemer namelijk niet meer zelf gegevens aan te leveren als er beslag wordt gelegd op zijn of haar loon. Wat hiervoor vaak gebeurde was dat werknemers dit te ingewikkeld vonden en het hun gegevens net op de juiste manier aanleverden. Met als gevolg dat hun belastingvrije voet te laag uitviel. Heel erg zonde natuurlijk!

Per 2018 is het dus gemakkelijker geworden om alle zaken omtrent de belastingvrije voet te regelen. Verdiep je er echter wel goed in en maak eventueel gebruik van experts op dit gebied. Het blijft namelijk behoorlijk ingewikkeld!

Add comment

Your Header Sidebar area is currently empty. Hurry up and add some widgets.